Een bergbestijging in de 21ste eeuw

Voorwoord

De brief aan Francesco Petrarca over mijn beklimming van de Mont Ventoux (1912 meter), die hier op deze website is te lezen, heb ik geschreven als eerbetoon aan deze grote denker en schrijver. De directe aanleiding is dat ik samen met mijn twee vrienden Bert en Wim en mijn zoon Joshua op 2 juni 2016 de Mont Ventoux heb beklommen. Mijn gedachten over deze beklimming heb ik net als Petrarca op papier gezet.

 

Francesco Petrarca was een Italiaans dichter en prozaschrijver. Hij wordt gezien als de geestelijk vader van het Renaissance humanisme. Petrarca wordt in 1304 in het Italiaanse Arezzo geboren en brengt vanaf 1312 een groot deel van zijn jeugd door in Avignon. Zijn familie verhuist naar deze Franse plaats om paus Clemens V te volgen. De paus verbleef in Avignon vanwege een schisma in de Rooms Katholieke kerk. Petrarca studeerde in Montpellier (1319-1323) en trok vervolgens naar Bologna, waar hij van 1323 tot 1325 rechten studeerde.

 

Zijn interesse ging echter meer uit naar het schrijven, een passie die hij deelde met zijn vriend Giovanni Boccaccio. In 1326, na de dood van zijn vader, keert hij terug naar Avignon. Daar ontvangt hij lagere wijdingen vanuit de kerk en legt zich toe op het bestuderen van de oude klassieken.  Hoewel Petrarca zijn Latijnse werken en zijn filologische arbeid als de belangrijkste beschouwde, heeft hij op latere periodes, vooral door zijn lyrische gedichten, invloed uitgeoefend op de 17e-eeuwse literatuur.

 

Petrarca is de grondlegger van het sonnet. Zijn correspondentie werd gebundeld in de Epistolae familiares waarin onder andere zijn brief over de ‘Beklimming van de Mont Ventoux’, is opgenomen. Petrarca voerde de beklimming van de Mont Ventoux met zijn jongere broer Gherardo en twee bedienden op 26 april 1336 uit. Hij is dan tweeëndertig jaar oud. Zijn brief (brief Petrarca over zijn beklimming van de Mont Ventoux in het Duits) geeft een inkijk in zijn belevenissen over de beklimming, de route die hij heeft gelopen en geeft weer hoe hij over zijn eigen (geloofs)leven denkt.

 

Francesco Petrarca leefde in een wereld die werd gedomineerd door het Christendom. Hij stond aan het begin van een overgangssituatie, het prille begin van de Renaissance. Er was in zijn tijd nog weinig aandacht voor persoonlijke interesses, individuele beleving en een seculiere artistieke kijk op de wereld om hem heen. Gelijk aan de vorm waarin Petrarca tijdens zijn leven brieven schreef aan de Romeinse filosoof Cicero, heb ik gekozen een brief in dezelfde opzet aan Petrarca te schrijven.

 

Het is wellicht opmerkelijk dat een humanist een brief schrijft aan iemand die al meer dan zeshonderd jaar geleden is overleden. Het is juist dat ik geloof dat er geen leven is na de dood.  Dat Petrarca de brief dus werkelijk tot zich kan nemen, is een illusie. Mijn brief aan Petrarca is naast een reis naar boven ook een reis naar binnen. Ik wissel mijn beleving van de beklimming af met overdenkingen over mijn eigen leven.

 

Ik nodig de lezer uit om zelf te ontdekken wat deze humanistische pelgrimage voor mij heeft betekent. In het verleden zijn er vele artikelen en boeken over het leven en werk van Petrarca geschreven. Ik ben echter geen enkel literair werk tegengekomen waarin in de voetsporen van Petrarca zijn beklimming wordt beschreven. In het gebied rond de Mont Ventoux is weinig informatie over Petrarca te vinden. Ik hoop hiermee in een lacune te voorzien en anderen te stimuleren ook de reis naar boven en naar binnen te maken.

 

Erwin Kamp

Doorn, najaar 2016

Petrarca beklom de Mont Ventoux op 26 april 1336 samen met zijn broer Gherardo en twee bedienden in een dag

Petrarca

Rancesco Petrarca wordt geboren in Carpentras in Zuid- Frankrijk als zoon van een topambtenaar van de paus in Avignon (er zijn in die tijd twee, soms drie pauzen tegelijk). Hij wordt opgeleid tot jurist maar is veel meer geïnteresseerd in literatuur. Al jong boeien hem de geschriften uit de klassieke Oudheid: Livius, Horatius, Lucretius, Augustinus, Plato, Homerus en bovenal Cicero die  de ethiek terugbracht in het openbare leven. Elke senator of consul die met steekpenningen aan de macht was gekomen, werd door Cicero genadeloos neergesabeld.

 

Ook andere uitspraken van Cicero smaken Petrarca als honing in de mond. 'Laat de wapens wijken voor de toga, de lauwerkrans voor de lof' (De officiis I, 22.77). Of: 'De zenuw van de oorlog, geld' (Philippica 5.2.5). En het voor humanisten zo bekende: 'Onze gedachten zijn vrij' (Pro Milone, 29.79). Hij reist bijna continu - in Italië, zijn lievelingsland, Frankrijk, Duitsland en verder - op zoek naar handschriften van de schrijvers uit de Oudheid die via Arabische filosofen in Westerse kloosters terecht gekomen zijn. In Verona ontdekt hij in 1345 de Epistolae familiares (brieven aan familieleden) van Cicero. Voor Petrarca een geweldige vondst.

 

Net als Cicero heeft Petrarco vooral interesse in de vórm van schrijven. Shakespeare zal zich door Petrarca's poëzie laten beïnvloeden. Voor Petrarca staat individualiteit voorop, gevolgd door klassieke vormgeving. Poëzie schrijft Petrarca doorgaans in het Italiaans, proza in het Latijn vanwege het ordenende karakter van die taal.

 

Burckhardt schrijft in zijn grote Renaissance-studie¹ de ontwikkeling van de persoonlijkheid van Petrarca toe aan diens ballingschap uit Florence. 'Vooral echter de ballingschap pleegt de mens óf ten gronde te richten óf tot de hoogste ontwikkeling te brengen.' Bij Petrarca gebeurt dat laatste. Burckhardt roemt Petrarca's kosmopolitische instelling en vergelijkt hem met Dante ('Heel de wereld is mijn vaderland', schreef Dante in De vulgari eloquio, I.6). Tegelijk houdt Petrarca zielsveel van Italië. Voor tijdgenoten is Petrarca de belichaming van de Oudheid. In 1341 wordt hij in Rome gelauwerd met de dichterskroon.

 

'De lauwerkrans bracht me geen groter geleerdheid of méér literaire kracht..maar vernietigde mijn rust door de eindeloze afgunst die hij opwekte', aldus Petrarca in een brief aan zijn vriend Boccaccio. Petrarca is een christelijk mens. De Oudheid en het christendom vormden voor hem geen tegenstelling. Dat blijkt uit de briefwisseling tussen hem en zijn jongere broer, Gherardo, een karthuizer monnik. Deze heeft gekozen voor het vita contemplativa - een leven in afzondering, los van de wereld. Francesco vindt zo'n leven absoluut niet verwerpelijk maar kiest zelf voor de vita activa, het maatschappelijke en politieke leven waarin poëzie en een actieve, betrokken houding samengaan. Zijn leven is een combinatie van engagement en reflectie.

 

Petrarcas belangrijkste werken zijn Africa (poëzie), De viris illustribus (biografieën over illustere mannen), Secretum / de contemptu mundi (geheim / over de wereldverachting, een gesprek met Augustinus over manieren van leven), De vita solitaria (het leven in eenzaamheid) maar vooral zijn grote dichtwerk de Canzonieri (Liedboek). Zijn muze in de Canzonieri is Laura die in werkelijkheid bestaan heeft: Laura de Noves. Hij bezingt haar schoonheid in een schitterend Italiaans en Frans landschap. Haar dood is voor hem een poëtische ramp.

 

 

Petrarca en de Mont Ventoux

 

Petrarca is later vooral beroemd geworden door zijn beklimming van de Mont Ventoux in Zuid-Frankrijk in 1336. Onmiddellijk na de beklimming schreef hij een verslag van de tocht. De berg is 1912 meter hoog. Tot die tijd was men bang om naar de top te gaan. Zo'n gevaarlijke klim is niet nodig en het is bovendien God tarten; op de top springt misschien de duivel rond. Voor de Middeleeuwer was de natuur vooral nuttig. De pure bewondering voor het landschappelijk schoon zoals Petrarca dat omschrijft was relatief nieuw.

 

Petrarca en zijn broer Gherardo besluiten om de tocht naar te top te ondernemen. Uit nieuwsgierigheid en uit verlangen naar avontuur met als beloning: een panoramische blik over een magnifiek landschap. Hij noteert gedachten over de moeilijke weg naar boven (de zaligheid) en de makkelijke weg naar beneden (de verdoemenis). Ze komen op de top, de hoogste van alle; ' (...) naar waarheid de vader van alle omliggende bergen; op zijn kruin is een kleine vlakte en daar zijn wij eindelijk vermoeid aangekomen en hebben ons neergezet. Ik zie om: de wolken lagen onder mijn voeten en thans kwamen mij Athos en Olympus minder ongelooflijk voor (...)', aldus Petrarca in zijn verslag.

 

Hij geniet van het schitterende uitzicht en slaat dan het boek met de Bekentenissen van Augustinus open, precies op de bladzijde waar Augustinus schrijft dat 'de menschen heengaan om de hoogten der bergen te bewonderen' (10e boek). Petrarca slaat dan zijn blik naar binnen en bewondert de 'adel en de aangeboren heerlijkheid van de ziel'. Want het gaat uiteindelijk niet om het magnifieke landschap, niet om de dankbaarheid tegenover de Schepper maar om de hoogte en diepte van de menselijke ziel, de menselijke persoonlijkheid. De terugtocht tot diep in de nacht viel mee door het heldere maanlicht.

De Mont Ventoux is 1912 meter hoog

Brief aan Petrarca

De Mont Ventoux is vooral bekend onder wielrenners vanwege de Tour De France

Vlogs

De Mont Ventoux staat ook bekend vanwege de harde wind

op de top van de berg die snelheden tot 322 km/h kan bereiken

Route

MADE BY I ADVANCE